De volgende voorwaarden worden gesteld aan een Pgb:
Het te verstrekken Pgb geldt voor de periode die gelijk is aan de technische levensduur van de voorziening (afschrijftermijn van 7 jaar);
Het te verstrekken Pgb is inclusief de standaardaanpassingen en een bedrag voor de kosten van onderhoud en reparatie;
Wanneer een goedkopere voorziening wordt aangeschaft, wordt het Pgb beperkt tot aankoopprijs van de gekochte voorziening;
Van de aanvrager wordt verwacht dat hij zorgvuldig met de voorziening omgaat en onnodige schade en slijtage voorkomt;
De aanvrager moet zelf zorg dragen voor een aansprakelijkheidsverzekering voor schade die door het gebruik van de voorziening aan derden kan ontstaan;
Bij toe- of afname van de beperkingen, moet de aanvrager zich melden bij de gemeente voor een eventueel vervangend middel.
Het college kan het Pgb intrekken op het moment dat de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden.
Indien een voorziening als Pgb is verstrekt en de voorziening niet meer wordt gebruikt
door b.v. verhuzing buiten de gemeente of overlijden, dient belanghebbende of de
nabestaande(n) binnen een termijn van maximaal 8 weken de restwaarde van de
voorziening aan de gemeente terug te betalen. De restwaarde van de nieuwwaarde
van de voorziening wordt berekend volgens onderstaande systematiek;
0 - < 1 jaar: 70%
1 - < 2 jaar: 60%
2 - < 3 jaar: 45%
3 - < 4 jaar: 35%
4 - < 5 jaar: 25%
5 - < 6 jaar: 15%
6 - < 7 jaar: 5%.
i.Indien belanghebbende met een Pgb voorziening, deze voorziening binnen de
afschrijvingstermijn van 7 jaar niet meer gebruikt omdat deze niet meer adequaat is,
wordt de restwaarde van de voorziening verrekend met een eventueel nieuw toe te
kennen Pgb. De restwaarde van de voorziening wordt berekend volgens de
afschrijvingsmethodiek zoals verwoord onder punt h.
Verantwoordingsarm Pgb
Hulp bij het huishouden: steekproefsgewijs vindt een klanttevredenheidsonderzoek plaats. Eenmaal per jaar wordt een aselecte steekproef genomen en deze Pgb-houders worden benaderd om te toetsen of de verstrekte voorziening voldoet.
Vervoersvoorzieningen, rolstoelen en woonvoorzieningen: omdat een Pgb wordt vastgesteld op basis van koopofferte (tegenwaarde van de natura voorziening) van de gecontracteerde hulpmiddelenleverancier hoeft een aanvrager geen bewijs van aanschaf van de voorziening te overleggen. De gemeente kan steekproefsgewijs controleren of de voorziening voldoende compenseert en op de juiste wijze wordt gebruikt.