een vervoersvoorziening in natura
een Pgb voor een vervoersvoorziening
een financiële tegemoetkoming voor autoaanpassing, gebruik eigen auto.
Lid 1a: Collectief vervoer
1.De volgende voorwaarden zijn gesteld aan het verstrekken van een vervoersvoorziening
in natura zijnde het collectief vervoer.
collectief vervoer wordt enkel in natura verstrekt;
Aan aanvragers jonger dan 5 jaar wordt geen collectief vervoer toegekend;
Er geldt een eigen bijdrage van € 0,55 per zone/strip. Voor elke rit is een basistarief van 1 instapstrip verschuldigd.
Het reisgebied waarbinnen tegen het gereduceerd tarief gereisd kan worden omvat 5 OV zones. Hierbuiten geldt een bovenregionaal (commercieel) tarief. Bovenregionaal vervoer valt niet onder de Wmo.
De Wmo-reiziger kan samen met één sociaal begeleider reizen tegen het gereduceerd tarief.
Wanneer begeleiding naar het oordeel van het college medisch noodzakelijk is, reist de begeleider gratis. Heeft een Wmo-reiziger een indicatie voor medische begeleiding, dan kan deze alleen reizen wanneer de medisch begeleider meereist.
Om als begeleider te kunnen worden aangemerkt moet de begeleider 16 jaar of ouder zijn.
g.gehandicapte met een inkomen boven de inkomensgrens van 1,5 maal het
norminkomen, die om die reden niet in aanmerking komt voor een collectieve
vervoersvoorziening op grond van de Wmo, maar die vanwege zijn handicap niet
met het CVV kan reizen, omdat hij aangewezen is op een lage instap, voorin moet
zitten, alleen moet reizen, komt in aanmerking voor een speciaal Wmo-
vervoerspas, de zogenaamde Wmo-Pluspas. Hij reist tegen het reguliere CVV-tarief
van € 1,80 per strip. Hij betaalt voor de eerste zone € 3,60 en voor elke volgende € 1,80.
De sociale begeleider en andere meereizende gezinsleden betalen dezelfde prijs per zone.
Per 1 januari 2012 gelden de volgende bedragen:
Tarief Wmo-reiziger / Sociaal begeleider
€ 0,55 per strip (+instapstrip) tot 5 zones
Tarief medisch begeleider (met indicatie)
gratis
Tarief vrije reiziger (niet-Wmo)
€ 1,80 per strip
Tarief Wmo-Plus
€ 1,80 per strip
Lid 2: Een Pgb voor een vervoersvoorziening
Aanvrager die een Pgb vraagt voor een vervoersvoorziening ontvangt een programma van eisen waaraan de voorziening minimaal moet voldoen.
De hoogte van het Pgb wordt door het college bepaald op basis van een koopofferte van de hulpmiddelenleverancier (inclusief eventuele kortingspercentages). Het programma van eisen is hierbij leidend. Een Pgb wordt verhoogd met een jaarlijks bedrag voor onderhoud en reparatie voor een periode van 7 jaar (verwachte levensduur van de voorziening).
Lid 3: Terugbetaling restwaarde
Indien een vervoersvoorziening als Pgb is verstrekt en de voorziening niet meer wordt gebruikt door b.v. verhuizing buiten de gemeente of overlijden, dient belanghebbende of de nabestaande(n) binnen een termijn van maximaal 8 weken de restwaarde van de voorziening aan de gemeente terug te betalen.
De restwaarde van de nieuwwaarde van de voorziening bedoeld in het 3e lid wordt berekend volgens onderstaande systematiek;
0 - < 1 jaar: 70%
1 - < 2 jaar: 60%
2 - < 3 jaar: 45%
3 - < 4 jaar: 35%
4 - < 5 jaar: 25%
5 - < 6 jaar: 15%
6 - < 7 jaar: 5%
Lid 4: Indien belanghebbende met een Pgb voorziening, deze voorziening binnen de afschrijvingstermijn van 7 jaar niet meer gebruikt omdat deze niet meer adequaat is, wordt de restwaarde van de voorziening verrekend met een eventueel nieuw toe te kennen Pgb. De restwaarde van de voorziening wordt berekend volgens de afschrijvingsmethodiek zoals verwoord in lid 3.
Lid 5: Een financiële tegemoetkoming voor een vervoersvoorziening
Het college verstrekt een financiële tegemoetkoming per jaar van € 563,00 voor het gebruik van de eigen auto van de aanvrager die geen gebruik kan maken van het collectief vervoer, tenzij aanvrager geacht kan worden zelf volledig in de kosten van het autogebruik te kunnen voorzien.
Wanneer de aanvrager jonger is dan 5 jaar wordt geen voorziening toegekend.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
– Vormen van vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Besluit Wmo gemeente Oisterwijk 2012