Tenzij in deze verordening anders is bepaald, gaat de maatregel
in op de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de datum
waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de
belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de
voor die maand geldende bijstandsnorm of grondslag.
In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met
terugwerkende kracht worden opgelegd als er sprake is van een
besluit op aanvraag of als er sprake is van een schending van de
inlichtingenplicht, voor zover de uitkering nog niet is
uitbetaald. In deze situatie werkt het verlagen van de uitkering
terug tot de datum van aanvraag dan wel de datum waarop het
verzuim betrekking heeft.
In afwijking van het eerste lid kan, voor zover het
zelfstandigen betreft die een uitkering voor levensonderhoud
hebben ontvangen in de vorm van een geldlening op grond van de
Bbz, de maatregel met terugwerkende kracht worden betrokken bij
de definitieve vaststelling van die bijstand.
De uitkering wordt verlaagd voor de duur van één maand, tenzij
sprake is van:
samenloop van verschillende gedragingen die het niet nakomen van
verplichtingen
inhouden. Hierbij wordt de hoogte en duur van de maatregel vastgesteld
op de
gedraging met de hoogste maatregel;
b.wanneer sprake is van recidive wordt in beginsel de duur van de
maatregel
verdubbeld tenzij in deze verordening anders is bepaald. Met een
besluit waarmee
een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af
te zien op
grond van dringende redenen dan wel het geven van een waarschuwing op
grond van
deze verordening;
c.verwijtbaar gedrag waarvoor in deze verordening een afwijkende duur is
vastgesteld.
§ 3.1
Artikel 12.
Ingangsdatum en tijdvak
Onderdeel van Verzamelverordening WWB, Ioaw,Ioaz en Bbz 2012