Naar hoofdinhoud

§ 5.1

Artikel 26.

aanvullende definities voor deze paragraaf

Onderdeel van Verzamelverordening WWB, Ioaw,Ioaz en Bbz 2012

In deze paragraaf wordt verstaan onder: normbedrag: het toepasselijke naar leefvorm vastgestelde bedrag als bedoeld in artikel 20 en 21 van de wet. gezinsnorm: het normbedrag dat conform de wet wordt toebedeeld aan een huishouden dat bestaat uit 2 of meer meerderjarige personen. toeslag: het verhogen van het normbedrag voor alleenstaanden en alleenstaande ouders met een percentage (ten hoogste 20%)van het normbedrag voor gezinnen. verlagen: het verlagen van het normbedrag voor gezinnen met een percentage (ten hoogste 20%) van het normbedrag voor gezinnen. onderhuurder de persoon die onderhuurt of op commerciële basis een medebewoner is en wiens woonsituatie voldoet aan het volgende: : het te onderhuren/mede-te-bewonen deel van de woning is zelfstandig geschikt voor bewoning, 2.de prijs per maand is minstens gelijk aan 10%van het normbedrag voor gezinnen en de onderhuurder/medebewoner staat ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente op het onderhuuradres hoofdbewoner: een belanghebbende die eigenaar of hoofdhuurder is van woonruimte en die in de woonruimte hoofdverblijf heeft. WSF-/WTOS-kind: een kind dat een basisbeurs ontvangt ingevolge de Wet op de Studiefinanciering 2000 dan wel een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming studiekosten. zorgbehoevende: een belanghebbende die een indicatiestelling heeft van meer dan 10 uren per week beroepsmatige hulp in het kader van de Awbz en deze zorg ontvangt van één der meerderjarige huisgenoten zonder dat hiervoor een pgb wordt ontvangen. Onder beroepsmatige hulp wordt mede begrepen een situatie waarin thuiszorg het alternatief is voor ambulante zorg of dagverpleging in een zorg-/verpleeginstelling. Woonkosten; Alle met wonen samenkomende kosten zoals huur, hypotheek, energie, water, verzekeringen etc.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel