**1..** Het college biedt ondersteuning krachtens deze verordening aan de
persoon die behoort tot de doelgroep en die dit naar het oordeel van
het college nodig heeft bij de arbeidsinschakeling of (economisch
zelfstandige) maatschappelijke participatie.
**2..** Deze ondersteuning kan bestaan uit: a. een door het college
noodzakelijk geachte voorziening waaronder ook loondispensatie toe
te kennen aan de werkgever; b. een contactpersoon in relatie tot de
uitkering en de ondersteuning gericht op arbeidsinschakeling; c.
nazorg.
**3..** De belanghebbende die behoort tot de doelgroep heeft geen aanspraak
op ondersteuning voor zover deze een beroep kan doen op een
voorliggende voorziening die voldoende bijdraagt aan de
arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie.
**4..** Een niet-uitkeringsgerechtigde heeft geen aanspraak op ondersteuning
krachtens deze verordening indien:
Het gezinsinkomen hoger is dan 110% van de toepasselijke
bijstandsnorm of het vermogen hoger dan het maximaal vrij te
laten vermogen conform de WWB,
hij / zij betaalde arbeid verricht gedurende meer dan 12 uur
per week, of
hij / zij niet bereid is om gedurende tenminste 12 uur per
week algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten.
**5..** Jongeren tot 27 jaar krijgen de eerste vier weken na melding
(zoektijd) geen enkele ondersteuning gericht op re-integratie tenzij er sprake is van een
WW uitkering. De laatste vier weken WW gelden dan als zoektijd. Hierna kan in
beginsel pas een voorziening worden ingezet als gebleken is dat er voldoende
inspanning geleverd is om werk te vinden of terug te keren naar school en dit geen resultaat
heeft opgeleverd en het college heeft vastgesteld dat er een noodzaak bestaat tot het
inzetten van een voorziening.