In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke
termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de
maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. In
afwijking van de eerste volzin geldt, in geval het totaal bedrag
van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan minder
is dan € 2.500,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel
van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven,
dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
termijnen, tenzij er binnen het belastingjaar minder dan 10
maanden resteren, dan wordt het aantal termijnen gelijkgesteld
met het aantal resterende maanden.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het
eerste lid gestelde termijnen.
Hoofdstuk 1
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening onroerende zaakbelastingen 2012