Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander
onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan,
voorzover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een
bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens
of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden
of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
b. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die
inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst
houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf.
c. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een
kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van
eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar.
d. volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een
kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing
van verschillende kampeermiddelen.
e. voorseizoen: de periode 1 april – laatste weekend van juni.
f. naseizoen: de periode laatste weekend van augustus – 31 oktober.
2. Voor kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld.
3. Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen wordt per
standplaats:
a. het aantal overnachtende personen gesteld op 2,5 personen.
b. het aantal nachten gesteld op 65.
4. Wanneer het een voor- en naseizoenplaats betreft wordt per standplaats:
a. het aantal overnachtende personen gesteld op 2,3 personen.
b. het aantal nachten gesteld op:
- bij een voorseizoenplaats 30.
- bij een naseizoenplaats 18.
5. Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op volgtijdige standplaatsen wordt per standplaats:
a. het aantal overnachtende personen gesteld op 2,7 personen.
b. het aantal nachten gesteld op de gemiddelde bezetting per kalenderdag
vermenigvuldigd met 365 dagen. De gemiddelde bezetting per kalenderdag is het
gemiddelde van zes tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling
binnen een afzonderlijke periode van twee maanden valt.
Artikel 5
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2012