Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Totstandkoming van de functiebeschrijving

Onderdeel van Regeling organieke functiewaardering en –beschrijving gemeente Leudal 2006

1.. Voor benoeming in en waardering van de functies voor de gemeente Leudal per 1 januari 2007 gelden de functiebeschrijvingen en bijbehorende waarderingen die zijn opgenomen in de door de stuurgroep gemeentelijke herindeling vastgestelde functieboeken voor de gemeente Leudal. 2.. Na de definitieve benoemingen door het college van de gemeente Leudal (na 1 januari 2007) kunnen nieuwe functiebeschrijvingen in de functieboeken worden opgenomen, dan wel bestaande worden gewijzigd overeenkomstig de volgende procedure. 3.. De direct leidinggevende stelt een concept-functiebeschrijving op. De voor de organieke beschrijving verantwoordelijke functionaris kan zich daarbij doen bijstaan door de ambtena(a)r(en) en/of de functiedeskundige. 4.. Ingeval in de functiebeschrijving functie-eisen en/of aanwijzingen voor de mate van zelfstandigheid zijn opgenomen alsmede niveaubepalende bestanddelen expliciet zijn aangeduid, hebben deze voor de waardering uitsluitend een indicatief karakter. 5.. De concept-functiebeschrijving wordt besproken met de betreffende ambtena(a)r(en). 6.. Naar aanleiding van deze gesprekken past de direct leidinggevende zo nodig de concept-functiebeschrijving aan en levert het (definitieve) concept, na ondertekening, in bij de directeur, tezamen met de eventuele schriftelijke zienswijze van de betrokken ambtena(a)r(en). Deze laatste tekent (tekenen) het concept voor “gezien”. 7.. Indien één of meer van de in lid 6 genoemde personen de concept-functiebeschrijving niet juist en/of niet volledig acht, wordt in overleg met betrokkene(n) getracht tot overeenstemming te komen. Wordt deze overeenstemming niet bereikt, dan wordt de concept-functiebeschrijving door de directeur voorgelegd aan het hoofd van dienst met de schriftelijke zienswijze van betrokkene(n). Het hoofd van dienst adviseert het college met betrekking tot de taakinhoud. 8.. Indien het hoofd van dienst instemt met de concept-functiebeschrijving, tekent hij voor akkoord. 9.. Het hoofd van dienst legt de concept-functiebeschrijving tezamen met de eventuele schriftelijke zienswijze(n) ter vaststelling voor aan het college. 10.. Het college stelt na kennisneming van alle relevante stukken, waaronder de zienswijze van de betrokken ambtena(a)r(en), de functiebeschrijving vast. Deze beslissing wordt schriftelijk medegedeeld aan degene die de functiebeschrijving in concept heeft opgesteld, de directeur, het hoofd van dienst, de betrokken ambtena(a)r(en) (onder vermelding van de mogelijkheid tot het maken van bezwaar), en aan de functiedeskundige. 11.. De vastgestelde functiebeschrijving wordt aan de functiedeskundige voor een concept-waarderingsadvies voorgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel