**1..** Lid 1. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 18, onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aan toonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek een aanpassing aan de woning noodza- kelijk maken en de algemene woonvoorziening dit snel en adequaat kan oplossen.
**2..** Lid 2. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 18, onder b. c. en d. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien de in het vorige lid genoemde oplossing niet aanwezig is of niet tot een snelle en adequate oplossing leidt.
**3..** Lid 3. De in lid 1 en 2 genoemde aantoonbare beperkingen staan in een direct oorzakelijk verband met de bouwkundige of woontechnische staat van de woning zelf, waaronder begrepen de toegankelijk van de woning.
Hoofdstuk
Artikel 19.
Primaat algemene woonvoorzieningen en recht op individuele woonvoorzieningen.
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning