Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 27 onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het onmogelijk maken om:
gebruik te maken van het openbaar vervoer of
het openbaar vervoer te kunnen bereiken.
Artikel 28.
Het recht op een algemene voorziening.
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning