**1..** De vakantie, bedoeld in artikel 42, eerste lid, van het Ambtenarenreglement bedraagt per kalenderjaar voor de ambtenaar met een volledige betrekking, die een salaris geniet in: de schalen 1 tot en met 8: 173,6 uur; de schalen 9 en hoger: 180,8 uur,
**2..** De vakantie wordt gedurende het kalenderjaar waarin de ambtenaar de 15-jarige, 16-jarige, 17-jarige, 18-jarige en 19-jarige leeftijd bereikt, vermeerderd met onderscheidenlijk 21,6 uren, 21,6 uren, 21,6 uren, 14,4 uren en 7,2 uren.
**3..** De vakantie wordt gedurende het kalenderjaar waarin de ambtenaar de 30-jarige, 40-jarige, 45-jarige, 50-jarige, 55-jarige en 60-jarige leeftijd bereikt, vermeerderd met onderscheidenlijk 7,2 uren, 14,4 uren, 21,6 uren, 28,8 uren, 36 uren en 43,2 uren, of, indien de ambtenaar op of na 1 januari 1997 in dienst is getreden, met onderscheidenlijk 0 uren, 0 uren, 7,2 uren, 14,4 uren, 21,6 uren en 28,8 uren.
**4..** Met ingang van de dag dat de ambtenaar gebruik maakt van de gemeentelijke FPU-regeling als omschreven in artikel 85c.1 van het Ambtenarenreglement, wordt de duur van zijn vakantie naar evenredigheid verminderd en vervalt de vermeerdering van vakantie, bedoeld in het derde lid.