Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 37

Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onderhoud

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs

1.. Nadat een gebouw, terrein of een voor overdracht geschikt en als zelfstandige voorzie-ning te gebruiken gedeelte van een gebouw of terrein niet meer door het bevoegd gezag nodig is voor de huisvesting van een school wordt het gebruik van het gebouw, terrein of een voor overdracht geschikt en als zelfstandige voorziening te gebruiken gedeelte van een gebouw of terrein zo spoedig mogelijk beëindigd, doch uiterlijk op de datum genoemd in de door het college en het bevoegd gezag ondertekende gezamenlijke akte of de da-tum zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten bij de beslissing inzake een geschil over de totstandkoming van een gezamenlijke akte. 2.. Indien er, naar het oordeel van het college, mogelijk sprake is van achterstallig onder-houd aan het gebouw, terrein of een voor overdracht geschikt en als zelfstandige voorzie-ning te gebruiken gedeelte van het gebouw of terrein bedoeld in het eerste lid, dat tot de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag behoort, wordt, voordat de eigendomsover-dracht heeft plaatsgevonden, een staat van onderhoud opgemaakt. 3.. De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van het college na overleg met het bevoegd gezag. 4.. Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd gezag. In dat over-leg wordt, indien van toepassing, vastgesteld welk deel van het onderhoud alsnog door het bevoegd gezag wordt uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan het college wordt betaald. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, stellen partijen vast wel-ke handelwijze wordt gevolgd. 5.. Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien dit naar het oordeel van het college niet nodig is.

Rechtspraak bij dit artikel