Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 7

Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs

1.. De aanvraag vermeldt in ieder geval: de naam en het adres van de aanvrager; de dagtekening; de naam van de school en, voor zover van toepassing, het gebouw ten behoeve waar-van de voorziening is bestemd; welke voorziening wordt aangevraagd; de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste voorziening; de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de voorziening. 2.. In aanvulling op de in het eerste lid vermelde gegevens gaat de aanvraag vergezeld van: een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de school, die voldoet aan de in bijlage II omschreven vereisten, tenzij het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder a onderdelen 6° tot en met 8° en artikel 2, onder d en e; de aanduiding van de gewenste plaats waar de voorziening moet worden gereali-seerd, indien het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder a, onderdelen 1° tot en met 4°; een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak blijkt indien het een voorziening be-treft bestaande uit nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging van een gebouw, uit onderhoud aan een gebouw van een school voor basisonderwijs of uit herstel van een constructiefout; een duidelijk onderbouwde raming/calculatie van de kosten gemoeid met de uitvoering van de voorziening, indien de aanvraag betrekking heeft op een voorziening waarop het gestelde in artikel 4, derde lid, laatste volzin van toepassing is; een voor aanbesteding gereed bouwplan en bouwbegroting, indien de aanvraag volgt op een toekenning van een vergoeding van de kosten van bouwvoorbereiding als be-doeld in artikel 27. Bij de rapportage als bedoeld onder c wordt gebruik gemaakt van het door de raad vast-gestelde formulier ‘Bouwkundige opname’. 3.. Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in het eerste of tweede lid deelt het college dit voor 15 februari schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de aan-vrager in de gelegenheid gesteld voor 15 maart de ontbrekende gegevens aan te vullen. Indien de aanvrager de vereiste ontbrekende gegevens niet heeft verstrekt voor 15 maart, besluit het college de aanvraag niet te behandelen. 4.. Indien een door het college in behandeling genomen aanvraag betrekking heeft op een voorziening ten aanzien waarvan ingevolge artikel 4 het vergoedingsbedrag wordt vastge-steld volgens het bepaalde in bijlage IV, deel B, overlegt de aanvrager in aanvulling op de in het eerste en tweede lid vermelde gegevens uiterlijk op 15 augustus volgend op de da-tum als genoemd in artikel 6, een offerte van de kosten gemoeid met de uitvoering van de gewenste voorziening. De overlegde offerte dient te voldoen aan de gestelde vereisten in de bijlage IV, deel B. Bij overschrijding van de in dit lid genoemde datum of bij achterwege laten van indiening van de offerte, besluit het college de aanvraag verder buiten behande-ling te laten. 5.. Indien een door het college in behandeling genomen aanvraag betrekking heeft op een voorziening voor een school waarvan de beoordeling van de noodzaak mede is geba-seerd op het aantal leerlingen van de betrokken school op de wettelijke teldatum van 1 oktober van het jaar waarin de datum genoemd in artikel 6 valt, dan zendt de aanvrager onverwijld aan het college een afschrift van de opgave als bedoeld in artikel 5, vierde lid onder 1°. Indien het afschrift niet binnen een week na het tijdstip van de wettelijke telda-tum is ontvangen, deelt het college dit schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld het afschrift van de opgave alsnog binnen drie dagen na de datum van ontvangst van de mededeling in te dienen. Indien het afschrift van de op-gave niet binnen de termijn bedoeld in de vorige volzin is verstrekt, besluit het college de aanvraag niet te behandelen. 6.. Een besluit om ingevolge het derde en vierde lid de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken na het verstrijken van de daarin ge-noemde termijn. Een besluit om ingevolge het vijfde lid de aanvraag niet te behandelen wordt binnen vier weken na het nemen van de daarin genoemde beslissing bekendge-maakt aan de aanvrager.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel