Het bruggeld wordt niet geheven ter zake van:
a. volg- en bijboten behorende tot vaartuigen, waarvoor bruggeld verschuldigd is,
mits zij daaraan zijn bevestigd;
b. vaartuigen die uitsluitend ten behoeve van rijk, provincie, gemeente of
waterschap worden gebruikt;
c. politievaartuigen;
d. een vaartuig dat uitsluitend in gebruik is voor charitatieve doeleinden;
e. vaartuigen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of
anderszins rechtens moeten worden gedoogd.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van passagegelden Súdwest Fryslân 2011