**1..** De inning van de eigen bijdrage
De eigen bijdrage ter hoogte van € 270,00, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet moet door de inburgeraar in één keer worden voldaan.
Indien het college van mening is dat de eigen bijdrage niet in één keer kan worden voldaan, mag de eigen bijdrage in ten hoogste negen termijnen worden betaald.
Het college legt in de beschikking tot toekenning van de inburgeringsvoorziening de wijze van betaling van de eigen bijdrage vast.
**2..** Beloning
Indien de inburgeraar het inburgeringsexamen of het vrijstellend examen binnen de gestelde termijn heeft gehaald, heeft deze recht op een beloning van € 270,00.
Indien de inburgeraar niet in staat is het examen te halen maar wel voldoende inspanning heeft geleverd en het college ingevolge artikel 31 lid 2 c van de wet Inburgering de inburgeraar mag ontheffen heeft deze recht op een beloning van € 270,00.
**3..** De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 225,- indien de inburgeraar of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is, geen gehoor geeft aan een oproep of geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 475,- indien de inburgeraar geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 4.2 en artikel 5 van deze verordening.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 475,- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
Het college legt geen bestuurlijke boete op indien de verordening Wet werk en bijstand op de inburgeraar van toepassing is.
Het college stelt middels beleidsregels de wijze van opleggen van de boete vast.
**4..** Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding
De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 5.3, eerste lid van deze verordening, bedraagt ten hoogste € 250,- indien de inburgeraar zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding, artikel 34 van de wet.
De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid van deze verordening, bedraagt ten hoogste € 500,- indien de inburgeraar zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding, artikel 34 van de wet.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald, artikel 34 van de wet.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald, artikel 34 van de wet.
Het college stelt middels beleidsregels de wijze van verhoging van de boete vast.