(Conform alternatief 1 MBV,uitgezonderd het onderstreepte).
Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto’s in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
Aan het eerste lid wordt geacht te zijn voldaan indien het aantal parkeerplaatsen op de locatie zoals aangegeven onder lid 1 ten minste overeenkomt met het aantal parkeerplaatsen dat voor het betreffende gebied en de betreffende functie is genoemd in de tabel in bijlage 14, met inachtneming van de daarvan deel uitmakende toepassingsrichtlijnen.
De – in de voorgaande leden bedoelde – ruimten voor het parkeren van auto’s inclusief de rijwegen om deze ruimten te bereiken, moeten redelijkerwijs bereikbaar zijnen moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s.
Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan:
indien de desbetreffende afmetingen in overeenstemming zijn met het bepaalde in NEN 2443, uitgave 2000, de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (ASVV 2004 van het Centrum voor Regelgeving in de Grond-, Water en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, CROW).
b. indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte in overeenstemming is met de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (ASVV 2004 van het Centrum voor Regelgeving in de Grond-, Water en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, CROW) en de Richtlijn integrale toegankelijkheid openbare ruimte (CROW 2002).
Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en het derde lid:
voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimtewordt voorzien. In het geval in het openbaar gebied in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien is het uitsluitend toegestaan op grond van dit onderdeel ontheffing te verlenen indien het naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijkerwijs fysiek onmogelijk of uit stedenbouwkundig, esthetisch, historisch, monumentaal of verkeersveiligheidsoogpunt niet aanvaardbaar is op eigen terrein in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte te voorzien.
indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegendebezwaren stuit
In het geval voor het aanleggen van voldoende parkeer- of stallingsruimte ontheffing wordt verleend ingevolge het vijfde lid, onder a op grond van het feit dat in het openbaar gebied reeds is dan wel nog zal worden voorzien in de nodige openbare parkeer- of- stallingsruimte, zijn burgemeester en wethouders bevoegd aan de ontheffing de verplichting tot betaling van een parkeerbijdrage te verbinden een en ander volgens de toepassingsrichtlijnen zoals opgenomen in bijlage 14 van deze verordening; de hoogte van de daaringenoemde bijdrage kan door burgemeester en wethouders al danniet jaarlijks worden aangepast aan het Prijsindexcijfer voor de productie van gebouwen van het CBS.
Artikel 2.5.30
Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen
Onderdeel van BOUWVERORDENING GEMEENTE DEVENTER 1992/2007