Naar hoofdinhoud

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2004

Indien binnen één jaar na een eerste verwijtbare gedraging opnieuw sprake is van een verwijtbare gedraging, wordt de grotere mate van verwijtbaarheid tot uitdrukking gebracht in een verdubbeling van de duur van de verlaging. Ten aanzien van de gedragingen als bedoeld in artikel 7 is mede bepaald dat de herhaalde gedraging ten minste binnen dezelfde categorie moet vallen. Indien de herhaalde gedraging binnen een lagere categorie valt is er geen sprake van recidive. Met eerste verwijtbare gedraging wordt de eerste gedraging verstaan die aanleiding is geweest tot een verlaging, ook indien de verlaging wegens dringende redenen niet is geëffectueerd. Voor het bepalen van de aanvang van de termijn van 12 maanden, geldt het tijdstip waarop het besluit waarin de verlaging is medegedeeld, bekend is gemaakt. Uitzonderingen zijn gemaakt ten aanzien van de situaties waarin een maatregel is opgelegd in de vorm van een afwijzing van de aanvraag wegens het niet gebruik maken van een voorliggende voorziening (een verdubbeling van een afwijzing kan natuurlijk niet) en de situaties waarin er een maatregel opgelegd is wegens wangedrag. Bij herhaling van deze gedragingen dient opnieuw bezien en vastgesteld te worden welke maatregel het meest passend is, waarbij het voor de hand ligt dat een aanvraag wegens het niet gebruik maken van een voorliggende voorziening opnieuw tot een afwijzing zal leiden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel