Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 10

Verlening restauratiefondshypotheek

Onderdeel van Deventer Restauratiefondsverordening 1999

1.. Burgemeester en wethouders verlenen de in artikel 4 bedoelde restauratiefondshypotheek slechts indien: het belang van de monumentenzorg in voldoende mate is gediend met het treffen van de voorzieningen; de kosten van de voorzieningen in een redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat; de voorzieningen sober en doelmatig worden uitgevoerd; met de uitvoering van de te treffen voorzieningen nog geen aanvang is gemaakt; de aanvrager de informatie beschikbaar houdt die burgemeester en wethouders noodzakelijk achten voor een juist toezicht op de naleving van de in de verordening gestelde voorwaarden en op verzoek van burgemeester en wethouders terstond levert; de eventueel door burgemeester en wethouders gestelde nadere voorwaarden worden nageleefd; de noodzakelijke vergunningen en toestemmingen zijn verleend. 2.. In afwijking van het gestelde in lid 1c kunnen burgemeester en wethouders in het belang van de monumentenzorg toestemming verlenen voor het toepassen van voorzieningen die niet voldoen aan de aldaar gestelde eis.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel