Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4:

Artikel 9

Weigeringsgronden voor een exploitatieovereenkomst

Onderdeel van Exploitatieverordening 1998

De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft in elk geval niet te worden verleend indien: de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied waarvoor een bestemmingsplan geldt; de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de daartoe benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden tot strijd met het bestemmingsplan of de Woningwet of andere wetgeving; het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing of herinrichting; het in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot ten laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen van openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare verlichting, riolering en andere voorzieningen van openbaar nut; exploitant geen afstand wil doen om niet van gronden ten behoeve van aanleg van voorzieningen van openbaar nut; exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet wil onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging dan wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is; exploitant op daartoe strekkend verzoek niet genoegzaam aan kan tonen financieel in staat te zijn de beoogde werkzaamheden uit te voeren; exploitant niet bereid is de in artikel 6 lid 3 sub i. genoemde afspraken te maken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel