De leerlingen volgen de lessen volgens de voor hen geldende roosters. Zij houden zich op de terreinen en in de gebouwen van de schooi aan de voorschriften van de
school. Deze voorschriften worden eik schooljaar ter kennis worden gebracht van de leerlingen en de ouders.
Tegen leerlingen die zich niet aan de voor de schooi geldende regels houden, of de goede voortgang van het onderwijs verstoren, kunnen door de leraar maatregelen van pedagogische/disciplinaire aard worden genomen.
Een maatregel moet in ieder geval zinvol en redelijk zijn, zowel in verhouding tot het gedrag, dat de aanleiding tot de maatregel vormde, als tot de ontwikkeling van de leerling.
Het is de leraar verboden leerlingen bij wijze van strafmaatregel buiten zijn toezicht te plaatsen, tenzij dit toezicht door een ander personeelslid wordt overgenomen.
(blz. 7 ontbreekt)
Paragraaf 5. De schoolorganisatie.
I. De medezeggenschap.