Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Artikel 8.

Onderdeel van Regeling Openbaar Voortgezet Onderwijs

Door of namens burgemeester en wethouders wordt periodiek met alle personeelsleden een functionerings- en/of beoordelingsgesprek gevoerd, één en ander overeenkomstig de daartoe vastgestelde respectievelijk vast te stellen regelingen. Indien de schoolleider tussentijds constateert dat een personeelslid niet naar behoren functioneert, pleegt hij hierover overleg met betrokkene. Als het overleg als bedoeld in het vorige lid niet tot overeenstemming leidt, dient de schoolleider dit bij burgemeester en wethouders aan de orde te stellen. De schoolleider is in dit geval verplicht betrokkene hiervan alsmede van de inhoud van diens bedenkingen in kennis te stellen en hem de gelegenheid te geven de bedenkingen voor gezien te tekenen en van de desbetreffende tekst een afschrift te maken. Het betrokken personeelslid wordt door de schoolleider in de gelegenheid gesteld zijn bedenkingen over zijn functioneren vanuit zijn visie schriftelijk toe te lichten. Deze toelichting wordt gevoegd bij de brief van de schoolleider aan burgemeester en wethouders inzake de bedenkingen aangaande het functioneren van het betrokken personeelslid. Bij bedenkingen aangaande het functioneren van een aan de school verbonden personeelslid, door derden bij de schoolleider ingediend, zijn, indien de schoolleider van oordeel is dat hij deze bedenkingen aan het burgemeester en wethouders moet doorgeven, de bepalingen van het tweede tot en met het vierde lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing. Waken tegen discriminatie.

Rechtspraak bij dit artikel