De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met
inachtneming van het bepaalde in artikel 10 door de
beheerder.
Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat:
de beheerder, indien deze heeft geconstateerd dat aan de
in de artikels 12 en 13 opgenomen vereisten is voldaan,
hiervoor opdracht aan het personeel van de begraafplaats
heeft verleend;
alleen bij begraving van een stoffelijk overschot, het
personeel van de begraafplaats de identiteit van het
stoffelijk overschot heeft vastgesteld door vergelijking
van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde
registratienummer met dat op een bijgevoegd document dat
tevens de namen, overlijdens- en geboortedatum van de
overledene dan wel de geslachtsnaam van de
levenloosgeborene bevat.
Hoofdstuk
Artikel 14
Begraving
Onderdeel van Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaats gemeente Alphen-Chaam