Naar hoofdinhoud
Het is verboden op de begraafplaats: zich op hinderlijke wijze te gedragen; te colporteren of goederen voor verkoop aan te bieden; op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf; op de graven te lopen of de begraafplaats te verontreinigen; de graven, de gedenktekens, de beplanting, de gebouwen en de paden te bekladden, te beschadigen of op enigerlei andere wijze te verontreinigen; dieren mee te voeren, met uitzondering van een hond ter begeleiding van een blinde; dieren te begraven; te gaan zitten anders dan op de daartoe aangebrachte zitplaatsen; zich toegang tot de begraafplaats te verschaffen anders dan op de daarvoor bestemde ingangen; iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbied van de nagedachtenis van de overledene; werkzaamheden aan grafbedekkingen door derden te laten verrichten, behoudens artikel 20. Het is verboden op de begraafplaats: rij- of voertuigen, met uitzondering van invaliden-, kinder- en wandelwagens, mee te nemen, anders dan ter gelegenheid van een begrafenis of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de begraafplaats te verrichten werkzaamheden; met motorrijtuigen sneller dan 10 km per uur te rijden. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in aanhef a van lid 2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel