De subsidie voor de restauratie van gemeentelijke monumenten wordt verleend onder oplegging van de volgende verplichtingen:
de aanvang van het werk dient tenminste één week van tevoren worden gemeld bij burgemeester en wethouders;
binnen 12 weken na de datum van de verlening van de subsidie moet met de restauratiewerkzaamheden een aanvang zijn gemaakt;
binnen één jaar na de datum van de verlening van de subsidie moeten de werkzaamheden zijn voltooid en de gereedmelding als bedoeld in artikel 11 zijn ingediend;
de eigenaar dient het monument conform het onderhoudsplan te onderhouden;
de eigenaar het monument verzekert en verzekerd houdt;
bij het treffen van voorzieningen mag niet worden gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3 van het Vestigingsbesluit Bouwnijverheidsbedrijven 1958.
Burgemeester en wethouders kunnen bij de subsidieverlening naast de in lid 1 en de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
Burgemeester en wethouders kunnen bij de subsidieverlening voorts andere verplichtingen opleggen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, indien deze betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.
De subsidie voor het laten uitvoeren van een bouwkundige inspectie door de Monumentenwacht en een jaarabonnement een keer in de vijf jaar, wordt verleend onder de voorwaarde dat een kopie van het inspectierapport van de Monumentenwacht bij de gemeente wordt ingediend.
Artikel 9
Subsidieverplichtingen
Onderdeel van Subsidieverordening restauratie gemeentelijke monumenten 2004