Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de
secretaris ambtelijke bijstand tenzij:
het raadslid c.q. commissielied niet aannemelijk heeft
gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de
werkzaamheden van de raad of de commissie;
dit het belang van de gemeente kan schaden;
het bijstand betreft bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onderdeel c en de fractie waartoe het raadslid c.q. het
commissielid behoort, reeds volledig gebruik heeft
gemaakt van het op grond van artikel 5, eerste en tweede
lid, beschikbaar gestelde aantal uren ambtelijke
bijstand.
De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
eerste lid geweigerd wordt.
Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd
deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier
en aan het raadslid c.q. commissielid dat het verzoek heeft
ingediend.
Paragraaf
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verordening op de Ambtelijke Bijstand en de Fractieondersteuning 2003