In dit besluit wordt verstaan onder:
wet: de wet van 25 maart 1994 (staatsblad 1994, 300) houdende regels ten behoeve van de openluchtrecreatie (Wet op de openluchtrecreatie);
kampeerterrein: een terrein voor kleinschalig kamperen als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet;
ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, of artikel 13 van de wet;
rechthebbende: degene die krachtens een zakelijk of persoonlijk recht de beschikking heeft over enig onroerende zaak;
kampeermiddel: mobiel kampeermiddel, waaronder wordt verstaan een tent, een tentwagen, een kampeerauto en een caravan, die kan worden aangemerkt als aanhangwagen in de zin van het Wegenverkeersregiement;
recreatief nachtverblijf- het gedurende de nacht verblijven op een kampeerterrein of in een kampeermiddel tussen 22.00 uur en 06.00 uur;
bouwblok: een aaneengesloten stuk grond, waarop één of meer gebouwen zijn gesitueerd;
seizoenstandplaats: het gedeelte van een kampeerterrein dat bestemd is voor het plaatsen of geplaatst houden van eenzelfde kampeermiddel gedurende meer dan drie maanden in ten hoogste de periode van 1 maart tot en met 31 oktober;
toeristische standplaats: het gedeelte van een kampeerterrein dat bestemd is voor het plaatsen of geplaatst houden van een kampeermiddel gedurende een beperkte periode van ten hoogste enkele weken;
bebouwde kom: als grens van de bebouwde kom wordt aangemerkt de grens op grond van artikel 8 van de Wegenverkeerswet;
volkstuincomplex: terrein met een oppervlakte van ten minste 10 are waarop zich twee of meer volkstuinen bevinden;
volkstuin: perceel grond dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid van de woning van de gebruiker bevindt, waarop de gebruiker gewassen teelt voor eigen gebruik.
HOOFDSTUK 2 ONTHEFFING
Artikel 1
Algemene begripsbepalingen
Onderdeel van Besluit kleinschalig kamperen en volkstuincomplexen(Wet op de openluchtrecreatie)