In deze verordening wordt verstaan onder:
speelautomaat: een toestel ingericht voor de beoefening van een
spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld
mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat
kan leiden tot de middelijke of onmiddelijke uitkering van prijzen
of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen.
behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan:
het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een
verlengde spelduur of het recht op gratis spelen en;
het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de
speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel
van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de
daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de
speelduur wordt verlengd of het recht op gratis spelen
verkregen wordt;
kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat
is.
hoogdrempelige inrichting: een inrichting, waar een bedrijf of
werkzaamheid wordt uitgeoefend als bedoeld in artikel 3, eerste lid,
onder a of c, van de Drank- en Horecaw
waarvoor ingevolge die wet vergunning is verleend en deze
nog van kracht is, en;
waar het café- of restaurantbezoek op zichzelf staat en waar
geen andere activiteiten plaatsvinden, waaraan een
zelfstandige betekenis kan worden toegekend, en;
waarvan de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op
personen van 18 jaar en ouder;
laagdrempelige inrichting: Een inrichting, die geen hoogdrempelige
inrichting is, en waarvoor ingevolge artikel 3, eerste lid, onder a
of c, van de Drank- en Horecawet vergunning is verleend en deze nog
van kracht is, of waarvan de ondernemer inschrijfplichtig en
ingeschreven is bij het Bedrijfschap Horeca.
vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op
de Kansspelen.