Aan de gemeente wordt ter verkrijging van een grotere zekerheid van de juiste terugbetaling
van al hetgeen de gemeente uit hoofde van de verstrekte garantie te vorderen mocht krijgen, het recht van eerste hypotheek verleend op grond en de opstallen van het met deze geldlening te financieren project tot het totaalbedrag van de geldlening, vermeerderd met het bedrag gelijk aan de rente over het lopend jaar en de daarop aansluitende twee jaren voor de rente en kosten bij het vestigen van deze hypotheek zullen bedingen worden gemaakt, bedoeld in artikel 1223, 2e lid, 1230 en 1254, 2e lid van het Burgerlijk Wetboek en in artikel 297 van het Wetboek van Koophandel.