Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 11

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeen te lijke begraafplaats van de gemeente Deventer 1995

1.. Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden op een bordje bij het te ruimen graf ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat geval maken zij aan de rechthebbende uiterlijk een jaar voorafgaande aan het bedoelde tijdstip per brief hun voornemen bekend. 2.. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de begraafplaats. 3.. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus met of zonder urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders. 4.. De rechthebbende op een eigen graf, kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te begraven. De rechthebbende op een eigen urnengraf of eigen urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of te verstrooien. 5.. Het in dit artikel genoemde -ter beschikking houden om elders bij te zetten of te verstrooien- kan tot uiterlijk een maand na de ruiming gestand worden gedaan, daarna zullen de overblijfselen ingevolge lid 2 van dit artikel worden herbegraven of verstrooid.

Rechtspraak bij dit artikel