1 De aanvraag voor een vergunning voor het plaatsen van een gedenkteken of andere voorwerpen moet voorzien zijn van een werktekening in drievoud, waarop tenminste voorkomen:
een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte- breedte, dikte- en lengtematen;
de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal;
de vermelding of het opschrift ingehakt, opgehakt of van metaal of een ander materiaal is;
de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie(s);
de materiaalsoort van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop.
2 Vergunningen als bedoeld in het eerste lid worden verleend voor de tijd waarvoor het recht op het graf is verkregen onder voorwaarde dat in het onderhoud der voorwerpen wordt voorzien.
3 De aangebrachte gedenktekens of andere voorwerpen, welke in strijd zijn met deze verordening, de verleende vergunning of waarvoor geen vergunning is verleend, worden verwijderd. Deze verwijdering wordt aan de rechthebbende bekend gemaakt. De betreffende gedenktekens of andere voorwerpen worden gedurende drie maanden na de bekendmaking ter beschikking van de rechthebbende gehouden. Worden deze binnen de genoemde termijn niet afgehaald, dan vervallen deze aan de gemeente en kunnen zonder voorafgaande bekendmaking worden vernietigd.
4 In geval van overschrijving van de rechten op een graf wordt de vergunning voor het hebben van voorwerpen op een graf vanaf de datum van overschrijving geacht te zijn verleend aan de nieuwe rechthebbende.
5 Alvorens een gedenkteken wordt geplaatst, dient op de voorzijde van de letterplaat, links onder, het nummer van het betreffende graf te zijn aangebracht.
HOOFDSTUK 3
Artikel 5
Aanvraag vergunning grafbedekking
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Begraafplaatsen Deventer 1994