**1..** Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van aftreden een uitkering waarvan de hoogte en duur afhankelijk is van de duur van het raadslidmaatschap.
**2..** Geen recht bestaat op een uitkering indien:
de periode van raadslidmaatschap korter is dan twee maanden;
het raadslid op de dag van beëindiging van zijn raadslidmaatschap 65 jaar of ouder is;
het raadslid van zijn lidmaatschap vervallen is verklaard op grond van artikel X8 van de Kieswet en/of artikel 15 eerste lid Gemeentewet.
**3..** De duur van de uitkering is gerelateerd aan het raadslidmaatschap en wel als volgt:
duur lidmaatschapduur uitkering
< 2 maanden geen uitkering
2 t/m 6 maanden 1 maand
7 t/m 12 maanden 2 maanden
13 t/m 24 maanden 4 maanden
> 24 maanden 6 maanden
**4..** De uitkering bedraagt 70% van de bruto raadsvergoeding per maand exclusief onkostenvergoeding.
Hoofdstuk 2.
Artikel 5:
Uitkering bij aftreden
Onderdeel van Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden en wethouders