In of bij de aanvraag om een vergunning, identificeert de aanvrager op kaart, tekening of foto, iedere houtopstand waarop de aanvraag betrekking heeft met een nummer.
In of bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid vermeldt de aanvrager per genummerde houtopstand:
a. De soort houtopstand;
b. De locatie van de houtopstand;
c. De diameter in centimeters gemeten op 1:30 cm vanaf het maaiveld;
d. De mogelijkheid tot herbeplanten, alsmede het eventuele voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te vermelden aantal soorten met dikte van de stamdoorsnede over te gaan.
Wanneer de Dienst Regelingen aan het bevoegd gezag een afschrift heeft toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwt het bevoegd gezag dit afschrift als een melding.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4:11a
Aanvraag vergunning (1) (2) (3)
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (apv)