Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 4

Artikel 5:18

Verkoopstandplaatsen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (apv)

Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een verkoopstandplaats in te nemen of te hebben Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. De in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op de plaatsen, vermeld in een door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde lijst van vaste verkoopstandplaatsen. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a.  in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; b.  wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt; c.  vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders houdt de beslissing op een aanvraag voor een verkoopstandplaatsvergunning aan, indien de aanvraag een activiteit betreft waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de  Wet milieubeheer is vereist en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het vijfde lid, tot de dag waarop de beslissing over de Wet-milieubeheervergunningaanvraag is genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel