In deze afdeling wordt verstaan onder:
vaartuig:
alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten, ponten, een vaartuig zonder waterverplaatsing, een casco, een vaartuig in aanbouw en een vaartuig dat de geschiktheid tot varen en drijven heeft verloren, dan wel de overblijfselen ervan;
ankeren:
het doen of laten liggen van een vaartuig anders dan aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig;
ligplaats:
een formeel door de gemeente als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, dat bestemd is voor het permanent afmeren van een woon-, bedrijfsmatige- of voor recreatieve doeleinden geschikt vaartuig;
aanlegplaats:
een formeel door de gemeente als zodanig aangewezen plaats in het water (ligoever), dat bestemd is voor het tijdelijk, voor de duur van ten hoogste 3 dagen, afmeren van een vaartuig (zowel recreatie- als beroepsvaart);
rietkraag:
de met riet, biezen, lisdodden of soortgelijke planten (helofyten) begroeide oppervlakte;
zakelijke vergunning:
vergunning die gebonden is aan het vaartuig.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 6
Artikel 5:24
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Leeuwarden(apv)