De burgemeester weigert een vergunning als bedoeld in artikel 2:39a, eerste lid, indien:
a. De vestiging of de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend of in procedure zijnd bestemmingsplan;
b. De exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 2:39c gestelde eisen.
De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in artikel 2:39a, eerste lid, weigeren, indien naar zijn oordeel:
a. De woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid en/of de openbare orde of veiligheid op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;
b. Een eerdere vergunning voor de exploitatie van de speelgelegenheid is ingetrokken of de speelgelegenheid met toepassing van deze verordening dan wel van artikel 13b van de Opiumwet is gesloten;
c. Het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2:39b onvoldoende garanties geeft dat het in deze verordening en de Wet op de kansspelen bepaalde niet zal worden overtreden;
d. Redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 10
Artikel 2:39d
Weigeringsgronden vergunning
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Leeuwarden(apv)