1 Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument.
2 Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van belanghebbenden, een groep van onroerende zaken aanwijzen als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.
3 De gemeenteraad kan ter bescherming van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vaststellen c.q. aanpassen als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
4 Voordat burgemeester en wethouders over een aanwijzing een besluit nemen, vragen zij advies aan de monumentencommissie.
5 Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de aanwijzing bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.
6 Voordat burgemeester en wethouders een monument aanwijzen, voeren zij overleg met de eigenaar.
7 De aanwijzing kan geen monument dan wel stads- of dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van de Monumentenwet of de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1
Artikel 3
De aanwijzing tot gemeentelijk monument, stads- of dorpsgezicht
Onderdeel van Monumentenverordening Gemeente Haarlemmermeer 2004