1 Het is verboden een gemeentelijk monument, gemeentelijk stads-of dorpsgezicht te beschadigen of te vernielen.
2 Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:
a een gemeentelijk monument, gemeentelijk stads-of dorpsgezicht af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
b een gemeentelijk monument, gemeentelijk stads-of dorpsgezicht te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
c in een gemeentelijk stads-of dorpsgezicht beeldbepalende panden en onroerende zaken, geen bouwwerk zijnde, hieronder begrepen straten, wegen, pleinen, wateren, bomen, erfscheidingen te wijzigen.
3 Op het verlenen van een vergunning als bedoeld in het tweede lid zijn de artikelen 10 tot en met 13 van toepassing.
4 Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
5 Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 9
Verbodsbepaling
Onderdeel van Monumentenverordening Gemeente Haarlemmermeer 2004