Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 5:

Zittingsduur en vacatures

Onderdeel van Verordening op de raadscommissie 2005

1.. De zittingsperiode van een lid eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.. Een lid houdt op lid te zijn van de raadscommissie, indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4 derde lid, gestelde eisen. 3.. De raad kan benoemde leden ontslaan; een fractieassistent alleen op voorstel van de fractie op wiens voordracht de fractieassistent is benoemd. 4.. Een lid dat benoemd is door de raad, kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan een schriftelijke mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in. 5.. Indien een fractie, blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad, niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel