**a..** ‘dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;
**b..** ‘week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen;
**c..** ‘maand’: het tijdvak dat loopt van eerste dag in een kalendermaand tot de eerste dag in de volgende kalendermaand;
**d..** ‘jaar’: het tijdvak dat loopt van de eerste dag in een kalenderjaar tot de eerste dag in het volgende kalenderjaar;
**e..** ‘kalenderjaar’: de periode van 1 januari tot en met 31 december.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen.
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van leges 2009