1.De voorzitter zendt - spoedeisende vergaderingen uitgezonderd - ten minste tien dagen
voor een vergadering de leden van de raad elektronischeen oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering.
2.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel
25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad elektronisch verzonden en schriftelijk beschikbaar gesteld in de daarvoor bestemde ruimte in het gemeentehuis.