Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Hoogte van de langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2012

1.. De langdurigheidstoeslag bedraagt: Voor alleenstaanden: 40% van de voor hen geldende bijstandsnorm als bedoeld in artikel 20, onderdeel 1 b en artikel 25, tweede lid van de wet, exclusief vakantietoeslag; Voor alleenstaande ouders: 40% van de voor hen geldende bijstandsnorm als bedoeld in artikel 20, onderdeel 2 b en artikel 25, tweede lid van de wet, exclusief vakantietoeslag; Voor een gezin: 40% van de voor hen geldende bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, onderdeel 1 van de wet, exclusief vakantietoeslag; zoals deze artikelen gelden op 1 januari van het jaar waarin de peildatum valt. 2.. Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag als gevolg van artikel 11 of artikel 13, eerste lid en artikel 36 van de wet komt het rechthebbende gezinslid of de rechthebbende gezinsleden in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande, alleenstaande ouder of als gezin zou gelden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel