De regels met betrekking tot het verlagen van de bijstand, bedoeld in artikel 8, eerste lid onderdeel b van de wet, luiden als volgt:
Ter uitvoering van artikel 18, tweede en derde lid van de wet zijn de in hoofdstuk 3vande Verordening werk en bijstand 2010 gestelde regels, van toepassing, met dien verstande dat:
Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:
In het derde lid wordt onderdeel c toegevoegd dat als volgt komt te luiden: het niet meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet.
Na artikel 38 wordt een nieuw artikel toegevoegd dat als volgt komt te luiden:
Artikel 38a Plicht tot tegenprestatie naar vermogen
Indien een belanghebbende niet of onvoldoende bereid is de door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijke nuttige werkzaamheden te verrichten wordt een verlaging toegepast van 10% van de bijstandsuitkering voor de duur van een maand.
Artikel 18, vierde tot en met dertiende lid van de Wet werk en bijstand worden door het college ingezet voor verlaging van de norm, ingeval de belanghebbende niet of niet in voldoende mate de Nederlandse taal beheerst.
Indien de ontheffing, bedoeld in artikel 9a, eerste lid van de wet, op grond van artikel 9a, vijfde lid, onderdeel d van de wet is ingetrokken, wordt een verlaging toegepast van 10% van de bijstandsuitkering voor de duur van een maand.
PARAGRAAF 2
Artikel 3.
Het verlagen van de bijstand
Onderdeel van Tijdelijke uitvoeringsregeling Wet werk en bijstand