Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I.

Artikel 1.

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2004

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand; alleenstaande: de ongehuwde van 27 jaar en ouder, doch jonger dan 65 jaar, die geen tot zijn laste komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte; alleenstaande ouder: de ongehuwde van 27 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar, die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte; gehuwd: een persoon die gehuwd is en 27 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is; kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind; ten laste komend kind: het kind, jonger dan 18 jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken; belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; woning: een woning, een woonwagen of een woonschip; woonkosten: 1. Indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het lopende huursubsidietijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Huursubsidiewet. 2. Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten, waarbij onder zakelijke lasten worden verstaan: de rioolrechten, het eigenaarsaandeel van de onroerendezaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering en het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten. commerciële huurprijs: 100 procent of meer van het bedrag, bedoeld in artikel 22, lid 3 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964; netto minimumloon: het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a., van de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag, verhoogd met aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon tenminste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en het werknemersaandeel ziekenfondspremie; de loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend overeenkomstig de bepalingen in artikel 55, tweede lid van de wet; verzorgingsbehoevende: een persoon die, bij niet-inwoning, is aangewezen op beroepsmatige verzorging of verpleging in een inrichting; vervallen medebewoner: iemand die naast de belanghebbende zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft; thuiswonend: iemand die zijn hoofdverblijf heeft bij één of beide ouders of adoptief ouders; uitwonend: iemand die niet zijn hoofdverblijf heeft bij één of beide ouders of adoptief ouders. 2.. Als gehuwd of als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde van 27 jaar of ouder die met een persoon van 21 jaar of ouder een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte. 3.. Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene van 27 jaar of ouder die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 4.. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen van 27 jaar of ouder hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 5.. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: zij met elkaar gehuwd zijn geweest of in de periode van 2 jaar voorafgaande aan de aanvraag van de bijstand voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt; uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract, of zij op grond van een registratie als bedoeld in artikel 3 lid 5 van de wet worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeen komt met de gezamenlijke huishouding bedoeld in het vierde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel