De gedragingen bedoeld in artikel 18 lid 2 WWB, artikel 20 IOAW en artikel 20 IOAZ worden onderscheiden in de volgende categorieën:
**1..** eerste categorie:
a. het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen vaninlichtingen- en medewerkingplicht als bedoeld in artikel 17 WWB respectievelijk artikel 78s lid 3 en 4 WWB, artikel 13 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ voor zover dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen van uitkering;
b.het niet of onvoldoende nakomen van een verplichting als bedoeld in paragraaf 6.3 van de Wetwerk en bijstand.
**2..** tweede categorie:
a. het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen vaninlichtingen- en medewerkingplicht bedoeld in artikel 17 WWB respectievelijk artikel 78s lid 3 en 4 WWB, artikel 13 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ als dit heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen van uitkering;
b.het niet als werkzoekende geregistreerd zijn of blijven bij het UWV-WERKbedrijf, zoals bedoeld inartikel 9 WWB, artikel 37 1b IOAW en artikel 37 1b IOAZ.
**3..** derde categorie:
a. het blijk geven van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in hetbestaan;
b. het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;
c. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden totarbeidsinschakeling;
d.het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening zoalsbedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel b WWB, waaronder mede begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak zoals bedoeld inartikel 44a WWB, artikel 10 lid 1 WWB, artikel 2 lid 3 onderdeel b Bbz 2004 respectievelijk artikel 36 lid 1 IOAW en artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAW en artikel 36 lid 1 IOAZ en artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAZ, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening;
e.het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9lid 1 onderdeel b WWB respectievelijk artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAW en artikel 37 lid 1
onderdeel e IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 9a lid 1 WWB respectievelijk artikel 38 lid 1 IOAW en artikel 38 lid 1 IOAZ;
f.het onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 WWB of artikel 55WWB, voorzover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 WWB;
g.het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naarvermogen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel c WWB, artikel 37 lid 1 onderdeel f IOAW of artikel 37 lid 1 onderdeel f IOAZ.
**4..** vierde categorie:
a. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
b. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
c. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening zoalsbedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel b WWB, waaronder mede begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan het uitvoeren van een plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a WWB, artikel 10 lid 1 WWB, artikel 2 lid 3 onderdeel b Bbz 2004 respectievelijk artikel 36 lid 1 IOAW en artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAW en artikel 36 lid 1 IOAZ en artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAZ, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening;
d.het zich ernstig misdragen tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden dierechtstreeks verband houden met de uitvoering van de WWB, IOAW of IOAZ.
Hoofdstuk 2
Artikel 6.
Gedragingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 gemeente Edam-Volendam