Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8.

Duur van de verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 gemeente Edam-Volendam

1.. Een verlaging van de uitkering bedoeld in artikel 18 lid 2 WWB respectievelijk artikel 20 IOAW en artikel 20 IOAZ vindt plaats: a. voor de duur van een kalendermaand, wanneer sprake is van een eerste verwijtbare gedraging; b. voor de duur van twee kalendermaanden, wanneer sprake is van een tweede verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie binnen twaalf maanden na de eerste als verwijtbaar aangemerkte gedraging. 2.. Het college kan bij een derde en volgende verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie binnen twaalf maanden na de laatste als verwijtbaar aangemerkte gedraging de uitkering voor nader te bepalen duur verlagen, rekening houdend met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de belanghebbende. 3.. In afwijking van het eerste lid kan het college in bijzondere gevallen de uitkering verlagen voor een langere duur, als de ernst van die gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende daartoe aanleiding geven. De duur van verlaging kan worden gekoppeld aan de periode gelijk aan de ‘herstelperiode’ van de geconstateerde tekortkoming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel