Naar hoofdinhoud
De vergunning wordt ingetrokken, indien: niet langer wordt voldaan aan de in artikel 3 en artikel 4 gestelde eisen; de krachtens artikel 5, lid 2 gestelde voorschriften en beperkingen niet naar behoren worden nageleefd; een niet in de vergunning vermelde persoon, leidinggevende in het bedrijf is geworden; zich in de inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zal opleveren voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid; de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvrage een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; de leidinggevende tevens een overeenkomstige functie buiten de betrokken onderneming is gaan vervullen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel