**1..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
dertig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.
**2..** De hoogte van de maatregel als bedoeld in het eerste lid onder a., b. en c. wordt - voor zover de belanghebbende de verwijtbare gedraging niet opheft - opeenvolgend verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
**3..** De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid onder d. wordt - voor zover de belanghebbende de verwijtbare gedraging niet opheft - opeenvolgend verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
Hoofdstuk II.
Artikel 9.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2004