Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 8

Intrekkingsgronden exploitatievergunning

Onderdeel van Verordening Speelautomatenhallen Terneuzen 2011

De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in artikel 2, lid 1 intrekken: indien blijkt dat de vergunningen ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave zijn verleend; indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunningen zijn afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 6 eerste lid, onder e; gehandeld wordt in strijd met deze verordening; indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken; indien aannemelijk is, dat de exploitant of de beheerder betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de speelautomatenhal, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon-of leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal; indien de exploitant of beheerder van de speelautomatenhal strafbare feiten pleegt in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd; indien zich anderszins in de hal feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat geopend blijven van de speelautomatenhal ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel