**1).** De subsidie wordt slechts volledig verstrekt indien:
alle op het sloopperceel aanwezige gebouwen, glasopstanden, kelderruimten, sleufsilo’s en voerplaten, met de bijbehorende fundamenten en de ondergrondse voorzieningen, van het sloopperceel zijn verwijderd op een wijze die verantwoord is uit een oogpunt van milieuzorg, en het sloopperceel is geëgaliseerd, behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel;
aan het sloopperceel, voorzover nodig, een passende andere bestemming is verleend, dan wel de subsidieontvanger met de gemeente een overeenkomst heeft gesloten waarin is vastgelegd dat de subsidieontvanger geen bezwaar zal maken tegen het nemen van een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of de herziening, wijziging, of vrijstelling van het ter plaatste geldende bestemmingsplan, strekkende tot het leggen van een passende andere bestemming, en in afwachting van de herziening, wijziging of vrijstelling van het bestemmingsplan geen bouwwerken zal oprichten op de betrokken kavel;
na de indiening van het verzoek om subsidieverlening geen aanvragen om een bouwvergunning zijn ingediend en ten tijde van de indiening van het verzoek om subsidieverlening aanhangige bouwaanvragen, dan wel nog niet gebruikte bouwvergunningen, op het sloopperceel zijn ingetrokken;
de milieuvergunning, indien verleend, voor een inrichting op het sloopperceel is ingetrokken;
bodemverontreiniging op het sloopperceel, indien aanwezig, is teruggebracht tot een niveau dat in verband met het te verwachten grondgebruik aanvaardbaar kan worden geacht;
de binnen de gemeente gelegen gronden van degene door of namens wie de subsidieaanvraag is ingediend, met uitzondering van de bij een woning op het sloopperceel behorende grond, waarvan de oppervlakte ten hoogste een hectare bedraagt, voorzover die in de EHS zijn gelegen, voorafgaand aan de subsidievaststelling in eigendom zijn overgedragen aan BBL, dan wel zijn onttrokken aan pacht (beëindiging pachtovereenkomst) voorzover deze gronden eigendom zijn van Staatsbosbeheer of een particuliere natuurbeschermingsorganisatie, een en ander behoudens het bepaalde in lid 3 van dit artikel;
bij de aanvraag ten behoeve van BBL melding is gedaan van de gronden, die degene door of namens wie de subsidieaanvraag is ingediend, in eigendom heeft op het grondgebied van de gemeente.
**2).** Het behoud van gebouwen, dan wel het terugbouwen van gebouwen, is toegestaan tot een oppervlakte van ten hoogste 200 m², mits er een woning aanwezig is op of bij de betrokken kavel en de afstand tot deze woning niet meer dan 25 meter bedraagt. Het behoud van gebouwen waarover het gemeentebestuur heeft verklaard dat sloop daarvan niet zal worden toegestaan is eveneens toegestaan, evenals het behoud van (voormalige) bedrijfsruimten die onlosmakelijk zijn verbonden met het woonhuis en daarmee architectonisch een geheel vormen.
**3).** De in het eerste lid, onder g) genoemde voorwaarde geldt niet indien voor de bedoelde gronden ten tijde van de subsidieverlening een beheers- of inrichtingssubsidie wordt verstrekt met toepassing van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000.
Artikel 4
Voorwaarden voor subsidie
Onderdeel van Verordening subsidiëring van de sloop van ongewenste bebouwing in het buitengebied van de gemeente