Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

OPENBAARHEID EN BESLOTENHEID

Onderdeel van Kaderverordening commissies van de raad 2002

1.. De vergaderingen van een commissie zijn behoudens het bepaalde in de Wet en deze verordening, openbaar. 2.. De deuren worden gesloten indien de voorzitter dat nodig oordeelt of daarom door één lid wordt gevraagd. 3.. Na het sluiten van de deuren beslist de vergadering terstond of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 4.. Over onderwerpen die in een vergadering met gesloten deuren zijn behandeld kan in een vergadering met gesloten deuren worden beslist of een advies worden uitgebracht. 5.. Met gesloten deuren wordt in ieder geval vergaderd indien onderwerpen aan de orde zijn waarbij personen of functionarissen in persoon zijn betrokken of zaken die in de persoonlijke levenssfeer liggen, dan wel indien het gemeentebelang door openbare behandeling in het algemeen, of op dat tijdstip, kan worden geschaad. 6.. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de commissie of de raad anders beslist. 7.. De overige leden van de raad zijn bevoegd de openbare en besloten vergaderingen van de raadscommissies en van andere commissies van advies aan de raad waarvan zij geen lid zijn als toehoorder bij te wonen. 8.. Op degenen die vergaderingen van deze commissies bijwonen op grond van lid 6 zijn de artikelen 11 en 12 van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel